Blog over hamsters

Artikel "De oorsprong van huisdieren ontrafeld" 
zondag, juli 20, 2014, 05:28 PM - Nieuws
door Martin Braak
Zie link:
http://www.wetenschap24.nl/nieuws/artik ... afeld.html

Wetenschappers vielen op dat tammere (huis)dieren eenzelfde lichamelijke kenmerk hadden. Namelijk witte vlekken. Maar ook andere kenmerken: kleinere kinderlijkere koppen. Dit pakket aan huisdierkenmerken wordt ook wel het ‘domesticatiesyndroom’ genoemd. Maar waarom huisdieren al deze kenmerken bezitten, bleef voor velen nog een groot mysterie.

Een belangrijke reden waarom het karakter tammer is, is dat ze kleinere bijnieren hebben. Dit orgaan maakt het stresshormoon aan. Door het minder aanmaken van dit hormoon hebben zij minder stress bij de contacten met de mens. Bij het selecteren op karakter heeft men ook geselecteerd op de kleinere bijnieren.

De bijnieren en de uiterlijke karakteristieken hebben allemaal dezelfde oorzaak, namelijk een verminderde ontwikkeling van een bepaalde groep cellen in het embryo. Deze groep cellen die de ‘neurale plaat’ heet, staan aan de basis van de ontwikkeling van verschillende organen.

Tijdens de ontwikkeling van het embryo reizen deze cellen naar verschillende delen van het lichaam om zich daar te ontwikkelen tot bijvoorbeeld pigmentcellen, delen van de schedel, kaken, tanden, oren en bijnieren. Mensen zouden dieren hebben geselecteerd met een verminderde ontwikkeling in hun neurale plaatcellen vergeleken met wilde familieleden. Hierdoor hadden deze tamme dieren dus een verminderde ontwikkeling van hun bijnieren… maar dus ook van hun pigmentcellen, schedel, tanden en oren. En voilà, het domesticatie syndroom is geboren.

Een persoonlijke noot:
Bij de Syrische hamster komt de ziekte Cushing steeds vaker voor. Deze ziekte wordt gekenmerkt door minder mooie dikke harendek tot aan kaalheid, vooral de zijvlanken, heup en onderbuik. Naast haaruitval kan er ook sprake zijn van gewichtsverlies, droge en schilferige huid, verlies van skeletspeiren, toenemende dorst en vaker plassen, donkere pigmentvlekken op de huid.

Cushing ontstaat wanneer teveel cortisol door de bijnieren wordt aangemaakt.

Er zou een relatie kunnen zijn m.b.t. selecteren op het karater en een niet goed functionerende bijnier waardoor het aanmaak van cortisol niet goed verloopt (te veel en te weinig). Cortisol laat de bloedsuikers stijgen en ook vaak de bloeddruk. Bijnieren reguleren ook het immuumsysteem. Minder cortisol leidt tot vermoeidheid en een lage bloedsuiekrwaarden. Daardoor kan dit leiden tot allergieën.


De 'pp' en de 'rr' factoren bij de tamme rat 
zaterdag, juli 19, 2014, 01:41 PM - Overige
door Martin Braak
Stuk over argente en ruby eyed mutaties die bij de tamme rat voorkomen. Deze tekst is afkomstig van de vroegere Belgische vereniging vereniging Rodent.

De pp (pink eye) en rr (ruby eye) factoren bij ratten

Beide genen, wanneer ze recessief voorkomen, dus rr en pp hebben een invloed op de vorming van zwart pigment in het ganse dier tijdens het begin van de groeiperiode van de haren.

Door de pp en rr factoren wordt de vorming van bepaalde chemische stoffen verhinderd waardoor de eumelanine, die verantwoordelijk is voor het zwarte pigment in de haren en de ogen, niet of in verminderde mate in de haren en de ogen geraakt als pigmentkorrels. Daardoor worden de ogen doorzichtig en zien we de bloedvaatjes erdoor schijnen, waardoor we dit zien als rode ogen.

Bij de pink eye dilution wordt de vorming van melanine in de melanocyten in grote mate geblokkeerd door interferentie met het tyrosine enzym. De vorm van de pigmentkorrels wordt veranderd van ei-vormig tot een onregelmatige vorm.

In de haren wordt bij het aanwezig zijn van de pp factoren echter de vorming van phaeomelanine weinig tot niet verhinderd, zodat het dier er min of meer licht geel uitziet.

Bij ruby eye dilution wordt de structuur van de pigmentkorrels veranderd van ei-vormig tot min of meer rond. De zwarte kleur krijgt hierdoor een leikleurig ("minkachtig") uitzicht.

Bij robijnogen is de pigmentvorming gereduceerd, maar niet volledig uitgeschakeld, waardoor de ogen donkerder rood schijnen dan bij de roze ogen.

Aangezien de ogen ook opgebouwd zijn uit dezelfde stof als de haren (het zijn eigenlijk van oorsprong gemodificeerde haren), hebben ze dezelfde eigenschappen. Ook in de ogen zitten melanocyten die verantwoordelijk zijn voor de vorming van pigmentkorrels.

De term argente komt van "zilver" doordat de haartoppen, die bij agouti zwart tot zeer donkerbruin gekleurd zijn, in dit geval geen pigmentkorrels bevatten, waardoor we enkel de eigenlijke kleur van de keratine zien, wat voor ons zilverachtig schijnt. Naar het einde van de groei van de haren wordt terug eumelanine gevormd, wat tot uiting komt in de blauwe grondkleur van deze overigens gele dieren.

De pp en rr factoren zijn zoals men kan zien geen allelen, het zijn dus geen varianten van hetzelfde gen, aangezien ze op een verschillende plaats op het 7de chromosoom liggen.


Foto van een ruby-eyed, in Nederland geel donkeroog genoemd:


En van geel-roodoog pp:

Haldane's rule 
zaterdag, juli 19, 2014, 07:01 AM - Russische
door Martin Braak
Haldane's rule represents a remarkable observation in the early stage of speciation. The rule also applies to two species which, after allopatric speciation has occurred, form hybrids when secondary contact in an area of sympatry results in incomplete reproductive isolation. It was formulated in 1922 by the British evolutionary biologist J.B.S. Haldane:

"When in the F1 offspring of two different animal races one sex is absent, rare, or sterile, that sex is the heterozygous sex [heterogametic sex]."


Bron: http://en.wikipedia.org/wiki/Haldane's_rule

Haldane's Rule states that in animal species whose gender is determined by sex chromosomes, when in the first cross offspring of two different animal species, one of the sexes is absent, rare or sterile, that sex is the heterogametic sex. The "heterogametic sex" is the one with two different sex chromosomes (e.g. X and Y); usually the male. The "homogametic sex" has two copies of one type of sex chromosome (e.g. X and X) and is usually the female.

Haldane's Rule for Hybrid Sterility states that a race of animals could diverge enough to be considered separate species, but could still mate to produce healthy hybrid offspring in a normal ratio of males and females. If any of the hybrid offspring were sterile, the sterile offspring would be the heterogametic offspring (males). If the heterogametic offspring was fertile, it produced the normal 50:50 ratio of X and Y sperm.

Haldane's Rule for Hybrid Inviability states that if the divergence between the species became large enough to generate genic differences, but not to prevent mating, then parental gene products may fail to co-operate during development of the embryo, resulting in hybrid inviability (the hybrids are aborted, stillborn or don't survive to maturity). In this case, the male to female ratio of hybrid offspring is skewed with more homogametic offspring while the heterogametic offspring (males) are absent or rare.

Haldane considered the speciation process (i.e the "growing apart" of one species into two species) to occur in stages. The first stage of the speciation process was complete if the two species could mate and produce healthy but sterile hybrids. As the species continued to diverge, they became genetically less compatible. These incompatibilities prevented hybrids from being formed or caused them to die before maturity i.e. it didn't matter whether or not they were sterile since they would not survive to breeding age. These are called "post-zygotic barriers" because a zygote (fertilized egg) is formed, but the offspring (particularly the males) do not breed.

As species differentiation progresses even further, it results in anatomical (body shape), physiological (body function e.g. mismatched pregnancy periods) or psychological (behavioural) differences which prevent the two species mating with each other. Haldane called these "pre-zygotic barriers" because they prevent offspring from being conceived in the first place.

Speciation can involve big jumps as well as gradual shifts and fertile hybrids are more common than Haldane could have realised. The following examples show that some pre-zygotic barriers can be overcome and that there are intermediate stages in post-zygotic barriers. The species involved may have been kept separate by other means e.g. physical separation.

Male Jackals only mate with domestic bitches if the Jackal pups are raised by a domestic bitch (to become imprinted on dogs). There is a psychological barrier, but the offspring are fertile (pre-zygotic barrier, but no post-zygotic barrier). Lions and Tigers must overcome behavioural (courtship) barriers, but produce fertile female offspring and sterile male offspring (pre-zygotic and post-zygotic barriers). Lions and leopards have some physical barriers (size), but these are overcome if the lioness lies on her side to let the leopard mount her; the male Leopons are sterile, though female offspring are fertile (pre-zygotic and post-zygotic barriers). In these cases, pre-zygotic barriers are overcome by rearing the two species together (in whales and dolphins this occurs naturally).

Some cases seem to need additional rules! In Beefalo, Domestic cows may have an immune response against Bison/Cow hybrid calves - this is a physiological barrier, but does not prevent conception. Bison cows don't have this immune response against hybrid calves and hybrid Beefalo males can be fertile. In some hybrids of domestic cats with small wildcats, a proportion of hybrid males are claimed to be partially fertile (incomplete post-zygotic barrier?) and though the hybrid females are fertile they may not successfully raise their young - a psychological barrier, but one which does not prevent mating/conception.

In addition to Haldane's Rules, the viability and fertility of hybrid offspring can depend on which species is the male parent and which is the female parent since some embryo developmental effects come into play depending on which genes come from which parent (e.g. giantism in ligers, but not in tigons).


Bron: http://messybeast.com/genetics/hybrid-mammals.html

De "Haldana's rule" is een regel m.b.t. het kruisen van twee soorten en dat hybride mannen vaak onvruchtbaar zullen zijn. Dit in tegenstelling tot de hybride vrouwen. De verklaring hiervoor is de X-chromosoom waarvan mannen één examplaar van hebben en vrouwen twee. Op de X-crhomosoom liggen genen die een wisselwerking aan gaan met een autosomaal gen om een man vruchtbaar te maken. Bij een hybride man kan het X-chromosoom die wisselwerking niet aangaan. Omdat het autosomale gen anders is. Bij vrouwen treedt dit niet op. Voor succesvolle hybridisatie is volgens deze regel nodig dat het X-chromosoom niet wijzigd. Omdat anders geen vruchtbare mannen kunnen ontstaan. Wanneer je bijvoorbeeld het X-chromosoom van de chimpansee vergelijkt met die van de mens, dan zie je veel overeenkomsten.

M.b.t. de Campbelli dwerghamster en de Russische dwerghamster blijkt de Campbelli dwerghamster twee soorten X-chromosomen te hebben waarvan één erg lijkt op het X-chromosoom van de Russische dwerghamster. De F1 hybride dwerghamsters zijn meestal onvruchtbaar. Daar lijkt de Haldana's rule van toepassing!
Hebben dieren een gevoel voor humor? 
donderdag, juli 17, 2014, 01:32 PM - Nieuws
door Martin Braak
In een labo in Evanston, Illinois zijn Amerikaanse wetenschappers druk bezig met ratten kietelen. Officieel een experiment om een gelukspil te ontwikkelen. Maar stiekem hopen de onderzoekers ook te achterhalen wat dieren aan het lachen maakt.

Jeffrey Burgdorf is al meer dan 15 jaar in de ban van 'rattengelach'. Sinds 1997 om precies te zijn, het jaar dat de professor biomedische wetenschappen voor het eerst een rat een tsjirpend geluid van 50 kilohertz hoorde uitslaan toen het op zijn buikje gekieteld werd. "Noem het gelach of iets anders, het is duidelijk een signaal dat het dier iets positief ondervindt", zegt de Amerikaanse wetenschapper in het Amerikaanse onlinemagazine Slate.

Vandaag past Burgdorf aan de Northwestern University in Evanston een lachexperiment bij ratten toe om een nieuwe, mogelijk revolutionaire antidepressiva te testen. Een gelukspil, zo u wil. Tsjirpen de ratten die de pil krijgen toegediend meer dan hun soortgenoten? Net zoals wanneer ze worden gekieteld?

Maar het onderzoek kan Burgdorf ook helpen om datgene te bereiken waar hij al jaren door gebiologeerd is: voor eens en altijd aantonen wat dieren aan het lachen maakt. Of zoals Slate het verwoordt: aantonen dat humor niet alleen voor mensen is weggelegd.

'Humor' bij dieren is iets dat menig wetenschapper al lang fascineert. Onderzoek heeft in het verleden al aangetoond dat beesten, net als mensen, (primaire) emoties vertonen zoals angst en blijdschap. Studies die verschillende wetenschappers, zoals gedragsbioloog Jonathan Balcombe, doen geloven dat dieren ook over een gevoel voor humor beschikken. Zo haalt Balcombe in zijn boek Pleasurable Kingdom het voorbeeld aan van enkele chimpansees die in lachen uitbarstten nadat een soortgenoot een voorbijganger natspoot.

Ook andere experimenten doen vermoeden dat primaten best de lolbroek kunnen uithangen. Zoals experimenten met de gorilla Koko, die in een onderzoeksinstituut in Californië 2.000 woorden en 1.000 gebaren heeft geleerd. Toen een onderzoekster Koko op een bepaald moment vroeg wat hij 'hard' vond, gebaarde de gorilla twee dingen: een steen en moeilijk werk. Een aanwijzing dat het dier op een 'grappige' manier met woorden kan spelen, vonden de onderzoekers. Ook bond de gorilla ooit de veters van de twee schoenen van de onderzoekster aan elkaar vast, om nadien te gebaren dat ze hem nu maar moest volgen.

Typisch menselijk

Geestig. Maar Belgisch gedragsbioloog Mark Nelissen (Universiteit Antwerpen) is niet overtuigd. Een gevoel voor humor is volgens hem toch iets typisch menselijk. "Ik zou in het geval van die gorilla ook niet meteen spreken over woordspelingen. Het dier gebruikt gewoon termen die hem zijn aangeleerd. Dat dieren primaire emoties vertonen en lachen als ze gekieteld worden is één ding, maar humor is toch een zeer ingewikkeld systeem."

Een systeem waar wél een biologisch mechanisme achter schuilt. De mens heeft naar alle waarschijnlijkheid een gevoel voor humor ontwikkeld om een partner te kunnen 'strikken', zegt Nelissen. Om potentiële partners te tonen dat hij intelligent is. "De man eerder dan de vrouw. De vrouw had dat vroeger niet echt nodig: zij had haar vruchtbaarheid. Ons gevoel voor humor heeft zich wellicht ongeveer tegelijkertijd met de taal ontwikkeld, zo'n 100 à 200.000 jaar geleden."

Wat niet wil zeggen dat onderzoek naar 'gelach' bij dieren geen nut heeft. Nelissen: "Het kan helpen aantonen dat er wel degelijk een evolutionair continuüm is tussen primaten en mensen. Alleen moet je opletten dat je daar niet te ver in gaat."


Bron: DeMorgen.be
Epigenetica moederhonger 
donderdag, juli 17, 2014, 07:33 AM - Nieuws
door Martin Braak
Als een moeder tijdens haar zwangerschap honger lijdt, krijgen hierdoor niet alleen haar kinderen, maar ook haar kleinkinderen last van stofwisselingsziekten.

Het is al jaren bekend dat kinderen van moeders die honger lijden zelf last krijgen van ‘welvaartziekten’, zoals diabetes, hart- en vaatziekten en overgewicht. Het is ook al langer bekend dat dit veroorzaakt wordt door epigenetica: het proces waarbij bepaalde genen door omgevingsfactoren worden aan- of uitgezet.

DNA zelf kan niet veranderen, maar welk deel van het DNA daadwerkelijk wordt gebruikt wel. Als er een extra molecuul aan het DNA wordt gehangen, rolt dat stukje DNA als het ware op waardoor het niet meer te gebruiken is. Dit proces heet ‘methylering’.

Honger verandert sperma van zonen

Britse onderzoekers hebben ontdekt dat honger bij zwangere moeders niet alleen invloed heeft op de gezondheid van hun kinderen, maar ook op die van hun kleinkinderen. Maar opvallend genoeg werden de stofwisselingsproblemen alleen doorgegeven door zonen en niet door dochters. Dit is deze week gepubliceerd in Science.

Moedermuizen die tijdens hun zwangerschap op een sterk caloriearm dieet werden gezet, kregen zonen waarvan het DNA van hun sperma was veranderd. Regio’s van het sperma-DNA die eigenlijk uitgezet hadden moeten worden door methylering, waren nu aangebleven. Deze regio’s in het DNA hadden te maken met de regulering van de stofwisseling. Dus in andere woorden: de kinderen hadden niet alleen zelf last van stofwisselingsziekten, maar ze hadden ook nog eens sperma dat ervoor zorgde dat deze kwalen doorgegeven werden aan hun eigen kroost

Veranderingen blijven

Het idee van epigenetica is dat de veranderingen gemakkelijk omkeerbaar zijn, omdat het DNA zélf niet verandert, maar alleen informatie over het aan- en uitzetten van het DNA. De onderzoekers verwachtten dan ook dat het DNA van de spermacellen van de zonen opnieuw geprogrammeerd zou worden na de bevruchting, zodat hun eigen kinderen geen last meer zouden hebben van de kwalen. Maar dit was niet het geval.

Slechte omstandigheden tijdens een zwangerschap hebben dus gevolgen voor meer generaties dan gedacht. Maar blijven de veranderingen door een hongerlijdende moeder voor altijd aanwezig? De onderzoekers vonden geen epigenetische veranderingen in het DNA van de kleinkinderen. De kans dat ze hun gebreken weer door zullen geven aan hun kinderen is dus waarschijnlijk klein.


Bron: Wetenschap24.nl

<< <Terug | 64 | 65 | 66 | 67 | 68 | 69 | 70 | 71 | 72 | 73 | Volgende> >>