Naar volgende pagina

De ogen

De Russsische dwerghamster heeft twee grote ronde kraalogen. De oogbol bevindt zich voor een groot deel buiten de oogkast en zit vast met spieren. Wanneer een hamster om zich heen kijkt, kan je soms de oogspieren zien zitten. De oogbol kan gedraaid worden om zo van kijkrichting te veranderen zonder dat hij de kop hoeft te keren. Beide ogen zitten aan de zijkant van de kop. Er zijn verschillen in de afstand van de ogen bij de verschillende soorten hamsters. Zo staan de ogen van de Campbelli dwerghamster dichter op elkaar en kijken ze meer naar voren. Bij de Russische dwerghamster staan ze meer op de zijkant van de kop. Dit geeft een zeer breed gezichtsveld. Maar om diepte te zien staan ze niet optimaal. De beelden van beide ogen gaan afzonderlijk naar de hersenen. Om driedimensionaal zicht te hebben, is het vereist dat het gezichtsveld gezien door beide ogen overlappen. Hoe dichter ze op elkaar staan, hoe meer naar voren gekeken wordt en beter diepte gezien wordt.

Midden in de oogbol zit de iris. Iris is een gepigmenteerde ringvormig orgaan achter het hoornvlies en werkt als een soort diafragma. Midden in de iris zit de pupil. Dat bepaalt hoeveel licht doorgelaten wordt. Bij veel licht vernauwt de pupil en bij weinig licht wordt deze wijder.

  

Verschillende kleur ogen

Bij de Russische dwerghamsters komen verschillende kleuren ogen voor: zwart, donkerblauw, donkerrood (= ruby eyed) en vel rood. De oogkleur van een hamster is meestal afhankelijk van de vachtkleur. Dat komt omdat de mutatie dat voor de vachtkleur zorgt, ook zorgt voor een kleurwijziging van de pigment dat in de oogbol en iris voorkomt. De oogkleur van een hamster in wildkleur is zwart. Zo zorgt de Moscow / viesbruinfactor ervoor dat de oogkleur zeer donkerrood is. De kleur is zo donkerrood dat bij normaal licht het als zwart overkomt. Maar maak je een foto of houd je de hamster bij meer licht, dan zie je dat de kleur donkerrood is. Dit geldt eveneens voor Blauw-wildkleur. Hier gaat het om de dilution factor en dat zorgt ervoor dat de oogkleur donkerblauw wordt. Echter het is zo donkerblauw, dat veel mensen denken dat het zwart van kleur is. De Geel-wildkleur roodoog factor zorgt ervoor dat de oogkleur vel rood van kleur is. Dit komt omdat er geen pigmentvorming in de ogen plaatsvindt. Hierdoor zijn de ogen doorzichtig. Door de lichtweerkaatsing zien we de kleur rood van de aderen die in de ogen aanwezig zijn. Normaal wordt het licht door de aanwezigheid van pigment deels geabsorbeerd. Hamsters met helder rode ogen krijgen meer licht te verwerken en hebben niet het vermogen om dit invallende licht te controleren. Dit leidt tot verstrooiing van het licht. En daarom zien ze minder scherp dan hamsters met normaal gekleurde ogen. Het duurt bij deze hamsters ook langer om aan het donker te wennen.

Van links naar rechts: zwart, donkerblauw, ruby-eye / donkerrood en rood

Werking van de ogen

In het oog van de hamster zitten twee 'lenzen': het hoornvlies en ooglens. Tussen deze twee lenzen bevindt zich het diafragma: de pupil. Aan de binnenkant van de oogbol zit het netvlies (retina). Het lenzenstelsel zorgt ervoor dat de lichtstralen juist op het netvlies komen. Het netvlies zelf is een gevoelige plaat die de lichtpriksels omzetten in elektrische signalen. De signalen afkomstig van het netvlies worden door de oogzenuw naar de hersenen getransporteerd. In de hersenen worden deze elektrische signalen omgezet in beelden. Het netvlies, de gevoelige plaat, bestaat uit twee typen lichtgevoelige cellen: kegeltjes en staafjes. Het netvlies van de mens bevat één soort staafjes en drie soorten kegeltjes. Kleur onderscheiding is mogelijk dankzij deze drie soorten kegeltjes met verschillende fotopigmenten. De staafjes zijn erg lichtgevoelig en kunnen voornamelijk licht met korte golflengte waarnemen, maar nemen geen kleur waar.

Uit onderzoek bij ratten is gebleken dat van de lichtgevoelige cellen ongeveer één procent uit kegeltjes bestaan. Dit is waarschijnlijk bij hamsters eveneens zo. Een rat heeft twee soorten kegeltjes. Eén type kegeltje is gevoelig voor blauwgroen licht. Deze 'blauwgroene' kegeltjes zijn matig gevoelig voor amber licht en laag gevoelig voor rood licht. De de tweede type kegeltje zijn ultraviolette kegeltjes. Deze kegeltjes zijn gevoelig voor ultraviolet licht. Ratten hebben voornamelijk staafjes, veel meer dan mensen. De staafjes zorgen ervoor dat de rat in het schemer en nacht goed kan zien. En door de samenstelling van de kegeltjes zien de ratten de kleuren minder intens en zien nauwelijks de rode kleur. De rode kleuren komen als donkere kleuren over. En dit is waarschijnlijk de reden dat de tamme rat een voorkeur heeft voor bijvoorbeeld buizen in de kleur rood.

Het zien

In het wild komen hamsters voornamelijk te voorschijn wanneer het schemer en donker is. Ze hoeven dan ook minder kleur te zien. En door de grote hoeveelheid staafjes kunnen zij veel beter in het donker zien dan mensen. Maar het beeld is niet zo scherp als dat van mensen. Hamsters met gepigmenteerde ogen zien een wazige wereld met slechts vage kleuren variërend van blauwgroen tot amber en ultraviolet. Het zien van ultraviolette stralen is voor de hamster juist handig. Door ultraviolette licht te waarnemen kunnen hamsters bijvoorbeeld urine zien. Urine wordt door verschillende dieren gebruikt om gebieden te kenmerken. Maar ook verschillende lichaamsdelen reflecteert verschillende hoeveelheden ultraviolet. Zo kunnen hamsters, afhankelijk van hun gezichtsveld, in het schemer en donker diersoorten herkennen en onderscheid maken in roofdieren en prooidieren.

Goed zien?

Hamsters nemen weinig kleur waar en veel hamstersoorten zien diepte slecht omdat hun ogen aan de zijkanten zitten. Dit is de reden dat de hamster aan de rand van de tafel of bank naar beneden kijkt en neigt om eraf te springen. Met uitzondering van de Roborovski dwerghamster die een veel beter gezichtsveld heeft. Maar de Russische dwerghamster daarvan staan de ogen ver naar de zijkant en zij zien de beelden slecht in weinig kleur. Toch redden de Russische dwerghamsters zich goed. Dit komt omdat zij in een rijke wereld met veel geluiden en geuren leven en zij deze goed kunnen interpreteren. En met de snorharen en voelsprieten kunnen zij de omgeving goed voelen. Alle zintuigen samen stelt de Russische dwerghamster goed in staat om in de wereld te navigeren.

Plop ogen

Een bijzonder fenomeen zijn plop ogen. Wanneer de Russische dwerghamster stress, gespannen of zeer enthousiast is, kunnen de ogen groter en boller worden. Door de toename van de grote van de ogen komen deze ogen iets meer uit de oogkast. Vaak wordt naast de oog een oogspier waargenomen. Vaak speelt de hoeveelheid licht mede een rol. Bij meer en veller licht worden de oogboller ook wat groter. Bij zo'n situatie moet je ingeval zorgen dat de Russische dwerghamster niet nog meer licht krijgt en kan je hem het beste terug zetten in zijn kooi.

Plop ogen, in het Engels ook wel 'pop out eyes' genoemd, wordt vaker gezien bij de grote type en wat dikkere Russische dwerghamsters. Er zijn exemplaren die in normale omstandigheden (= onder andere in de kooi zelf) eveneens plop ogen hebben. In de jaren '80 hadden veel Pearls dit. Beste is om daarmee niet verder te fokken.



Bronnen:
- Effects of ultraviolet radiation and visible light on hamster pupil