Naar volgende pagina

De neus

De neus is een orgaan dat primair dient voor het ademhalen en het ruiken. Ademhalen is een essentiŽle levensverschijnsel. Zonder ademhalen gaat een hamster binnen enkele minuten dood. Een hamster haalt tussen de 30 en de 135 keer adem per minuut. Het gaat hier om gaswisseling waarbij gassen uit de omgeving opgenomen worden en gassen afgegeven worden. Het gaat hier om het opnemen van zuurstof en het afgeven van koolstofdioxine. De ademhaling van een hamster gaat vanzelf. Het wordt door het ademhalingscentrum dat zich in de hersenstam bevindt, geregeld. Door spieren aan te spannen zorgt een hamster ervoor dat de borstholte groter wordt. Hierdoor stroomt er lucht met daarin 21 procent zuurstof naar binnen. In de longen wordt de zuurstof in het bloed opgenomen. Koolstofdioxide wordt via het bloed aan de longen afgegeven. Rode bloedcellen vervoeren de ingeademde zuurstof naar de lichaamscellen. In deze cellen zitten soort energiecentrales die glucose met behulp van de ingeademde zuurstof verbranden. Hierbij komt energie vrij.


Bij de meeste gewervelde dieren zit de neus centraal aan de uiteinde van het gezicht. Dit wordt de snuit genoemd. In de neus zitten bij de meeste dieren twee openingen aan de voorzijde: de neusgaten. Achter de neusgaten ligt de neusholte. Ademhalen kan ook via het bekje, maar hamsters ademhalen de meeste lucht door de neus. De neus heeft als extra functie de lucht te filteren, te reinigen en te verwarmen voordat het naar de longen gaat. In de neus zitten kleine neushaartjes en met behulp van deze haartjes worden schadelijke deeltjes uit de lucht gehaald. De schadelijke deeltjes verlaat samen met snot de neus. Dit gebeurt door te niezen. Niezen is een plotselinge, krachtige uitademhaling om de neus te reinigen. Dit is een reflex dat uit het reflexcentrum van de hersenen gestuurd wordt bij prikkeling van het neusslijmvlies.

In de neusholte zit het reukorgaan, ook wel reukzin genoemd. Hiermee ruikt een hamster. Ruiken is het vermogen om stoffen in de lucht waar te nemen. Een hamster ademt lucht in en voert die langs de reukorganen. Een hamster heeft twee reukorganen: het orgaan van Jacobson en het reukepitheel. Daar worden de luchtdeeltjes door gespecialiseerde geurreceptoren herkend. Het orgaan van Jacobson is een soort kruising tussen reuk- en smaakorgaan. Dit omdat zowel de tong als een soort neusweefsel betrokken zijn bij het gebruik van dit orgaan. Dit orgaan staat rechtstreeks met de hersenen in contact. Het reukepitheel is het weefsel dat verantwoordelijk is voor het waarnemen van reukstoffen. Het reukepitheel wordt door filia olfactoria (= reukzenuw) verbonden met de bulbus olfactorius. De bulbus olfactorius van de rat wordt in vier zones verdeeld die de afzonderlijke reukstoffen analyseren. Dit door middel van het oplossen van stofjes in het slijmvlies. De bulbus olfactorius zorgt ervoor dat de reukinformatie naar verschillende delen van de hersenen gestuurd worden. Onderzoekers ontdekten dat de rattenneus werkt als een soort gaschromatograaf, een apparaat dat mengsels van stofjes / geuren kan scheiden in de afzonderlijke componenten. Bepaalde stoffen lossen gemakkelijk op in het slijmvlies en andere juist niet. Voor de gemakkelijk op te lossen stoffen volstaat het kort opsnuiven van de lucht. Hamsters leren snel om een goed oplosbare geur te herkennen. Hamsters passen hun ademhaling aan om niet goed oplosbare geuren te herkennen. Ze ademhalen langzamer zodat de geur langzamer door de neus beweegt en de dieper gelegen geurreceptoren bereiken.

De reukorgaan is nauw samen verbonden met het smaakorgaan. Ongeveer tachtig procent wat geproefd wordt, wordt door het reukvermogen beÔnvloed, zoals bitter, zoet, zuur en zout. Hamsters kunnen erg goed ruiken en weten aan de geur wat lekker is en wat ze niet moeten eten.

Een hamster heeft een zeer goed reukvermogen, vergelijkbaar met die van de rat en muis. Het ruiken is van groot belang voor het overleven en oriŽnteren. Wetenschappers hebben het DNA van de rat en muis met die van de mens vergeleken. Daaruit kwam dat de mens meer op de DNA van de rat lijkt. Ongeveer 90% van het DNA kwam overeen, echter niet altijd in dezelfde volgorde. Wanneer je naar het DNA van de rat kijkt dan zijn er ongeveer 500 en de 1.000 genen betrokken bij het decoderen van geuren. Dat is ongeveer 1% van het DNA van de rat. Of wel van elk 100 genen is ťťn gen betrokken bij het identificeren van geuren. Dit onderbouwt hoe belangrijk ruiken voor de rat is!, maar ook voor de hamster!

Bronnen:
- Algemeen klinisch onderzoek van een dier