Kleurslagen fokken en maken van combinaties

Bij het onderdeel kleuren en mutaties staat bij elke kleur de genetische code hoe de kleur opgebouwd is. Maar voor veel mensen is het lastig om deze kleuren te fokken. Dit omdat ze niet veel van de genetische codes begrijpen. Als je begint met fokken, moet je toch een aantal basisprincipes weten. Je moet namelijk weten welke combinaties je beste kunt maken en welke juist niet. Hiermee wordt bedoeld dat je stil moet staan welke kleur je met welke kleur kruist. Dit onderdeel gaat niet alleen hierover, maar ook over hoe je de kleuren mooi kunt houden en wat het effect kan zijn als je bepaalde kleuren kruist. Dit alles zonder gebruik te maken van de genetische codes.

Algemeen

Er zijn een aantal basiskleuren (= kleuren gebaseerd op één mutatie) zoals zwart, blauw-wildkleur en geel-wildkleur roodoog. Basiskleuren kan je verdelen in dominante kleuren en recessieve kleuren. Wanneer een kleur dominant is, dan is er slechts één gen nodig. Dit houdt in dat een jong gefokt uit een dominante kleur, de kleur niet heeft, dit ook niet door kan geven. Wanneer een kleur recessief is, dan zijn er twee genen nodig, van beide ouderdieren één. Door basiskleuren te combineren, kan je andere kleuren fokken. Het lijkt een beetje op het mengen van verf, maar dan net anders. Elk kleurmutatie doet iets bijzonders met de kleur. De ene mutatie zorgt ervoor dat het verdund wordt. Hiermee wordt bedoeld dat een bepaald pigmentkleur lichter wordt. Sommige mutaties verdonkeren juist of zorgen dat bepaalde haren spierwit zijn (bontfactor). Er is één hele bijzondere kleurmutatie en dat is zwart. Het is namelijk niet alleen een kleurmutatie, maar het zorgt er tevens voor dat een haaropbouw anders wordt. De haren zijn éénkleurig in plaats van de gebruikelijke agouti opbouw.

Wanneer je dwerghamsters met eenzelfde kleur bekijkt, dan kan het voorkomen dat er toch veel kleurverschillen zijn. De kleurslag is dan onstabiel. Hiermee wordt bedoeld dat er veel nuances in kleur zit terwijl het om eenzelfde kleurslag gaat. Soms ziet de kleur zelfs heel anders uit dan je zou verwachten ten opzichte van wat het zou moeten zijn. Dit noemen ze ook wel zwevers. Figuurlijk gesproken zweeft de kleur tussen twee kleurslagen in. Waarom kleuren niet stabiel zijn, is niet altijd even duidelijk. Wat de laatste jaren wel duidelijker geworden is, is dat bepaalde kleurslagen gevoelig zijn voor het dragen van een recessieve kleurmutatie. Ook al gaat het om een recessieve kleur, één gen zorgt er al voor dat de kleur anders uit ziet. Een voorbeeld is dat wanneer een wildkleur voor geel-wildkleur roodoog draagt, het kan zijn dat er een gele waas aanwezig is. Ook andere factoren zijn van belang. Zo kunnen andere kleuren ervoor zorgen dat een kleur ander uitziet. Een zwart konijn gefokt uit witte konijnen, is minder mooi zwart dan wanneer de ouders zwart zouden zijn. En dit geldt niet alleen voor zwart en wit, maar ook voor andere kleuren. Ook door jarenlange selectie kan een fokker de kleur beïnvloeden.

Wil je mooie en stabiele kleurslagen fokken, dan is het advies om deze kleuren kleurzuiver te fokken en op de kleur te selecteren. Kleurzuiver betekent dat ze niet voor andere kleuren dragen. Meng je kleurslagen door elkaar, dan kan dit leiden dat de kleur anders eruit komt te zien en dat het minder kleurvast is.

Naast de basiskleuren bestaan er sinds een aantal jaren ook een mutatie die de haarstructuur wijzigd. Dit wordt golvend haar genoemd. deze mutatie zorgt ervoor dat de haren wat langer zijn en daarom gaan golven.

Basiskleuren

Bij de Russische dwerghamsters kennen we tegenwoordig best veel kleuren. Jarenlang kende we alleen maar de wildkleur, de blauw-wildkleur en de pearl. Maar sinds "kort" zijn daar veel kleuren bij gekomen zoals de merle, vies-bruin, beige, mandarijn, camel, zwart, lilac, etc. Veel van deze kleuren ontstaan door het combineren van verschillende basiskleuren. Wanneer één nieuwe basiskleur bijkomt, zorgt dit vaak voor nog meer kleuren. Hieronder staan de nu voorkomende basiskleuren.

Wildkleur

De wildkleur is met alle andere mogelijke kleuren te combineren. Wil je de wildkleur mooi houden qua kleur, dan moet je hem juist niet met andere kleuren combineren anders dan met wildkleur. De blauw-wildkleur lijkt het minst effect op de wildkleur te hebben. Het is niet zo erg als je wildkleur met blauw-wildkleur combineert. Combineert je het met geel-wildkleur roodoog, dan kunnen de wildkleuren wat lichter uitvallen en kan er wat meer gele pigment ontstaan. Combineer je het met zwart, dan kan de wildkleur te donker worden. Dit komt omdat de mutatie zwart ervoor zorgt dat de haarpunten donkerder zijn. Combinaties met parel en merle moet je alleen doen omdat je leuk vindt om deze kleuren te fokken. De wildkleur kan daardoor namelijk wat lichter worden.

Veel mensen denken dat wildkleur eveneens een kleur is die dominant of recessief vererft. Maar dat is niet het geval. Alle onderstaande kleuren zijn mutaties die ervoor zorgen dat de wildkleur van kleur verandert. Wildkleur is niets anders dan dat geen enkel opgetreden mutatie zichtbaar is. Ze kunnen wel andere kleuren dragen.

Wildkleur zuiver van kleur Wildkleur die voor geel-wildkleur roodoog draagt

Blauw-wildkleur (recessief)

De blauw-wildkleur kan je heel goed onderling fokken. Dit kan ook niet anders, omdat het een recessieve kleur is. Maar wanneer je generaties lang deze kleurslag onderling fokt, kunnen ze lichter van kleur worden. Om ze weer wat donkerder te krijgen kan je ze met wildkleur combineren zodat je dragers blauw-wildkleur krijgt. Je kunt deze exemplaren gebruiken om weer nieuwe blauw-wildkleur exemplaren te fokken. Ook kan je overwegen om zwart te gebruiken om ze wat warmer van kleur te krijgen, maar het nadeel is dat je daarna ook andere kleuren eruit krijgt waardoor je minder blauw-wildkleur fokt en selectie mogelijkheid minder wordt.

De blauw-wildkleur kan met alle andere kleuren goed gecombineerd worden. Maar de kleur is gevoelig als die voor geel-wildkleur roodoog draagt.

Geel-wildkleur roodoog (recessief)

De geel-wildkleur roodoog is een vrij onstabiele kleur en je moet een goede fokker zijn om deze kleurslag goed te fokken. Veel bekwaamde fokkers in Nederland hebben het opgegeven. Bij deze kleurslag zien we twee soorten kleuren aalstrepen en driebogen, namelijk donkersepia kleur en lichtgrijze kleur. Wanneer de kleurslag met blauw-wildkleur mengt, komt het vaker voor dat de aalstreep en drieboog zilvergrijs van kleur zijn. Dit is minder mooi. Het heeft niet zo zeer te maken met het blauw-wildkleur gen. Een geel-wildkleur roodoog die zuiver is, kan eveneens een grijze aalstreep hebben en visa versa, een geel-wildkleur drager voor blauw-wildkleur kan een mooie donkersepia aalstreep hebben.

De geel-wildkleur roodoog kan met alle andere kleuren gecombineerd worden. Alle varianten hebben dan wel rode ogen. Je moet wel stil staan dat er minder vraag naar dwerghamsters met rode ogen is.

Geel-wildkleur drager blauw-wildkleur heeft niet altijd een zilverkleurige aalstreep Links geel-wildkleur roodoog en rechts geel-bluefawn

Zwart (recessief)

De zwarte kleur heeft vaak grote witte keel- en buikvlekken. Het leuke van deze kleur is dat de aalstreep net iets donkerder zwart is waardoor je die net nog kunt zien. De oren en staartpunt zijn witgrijs van kleur en dit staat heel leuk in combinatie met de witte voeten. Zwart fok je beste uit donkere kleurslagen. Wanneer je merle of pearl er door heen fokt, dan worden de zwarte lichter van kleur. Er kan een antraciet zwarte kleur ontstaan.

Zwart kan het beste gefokt worden met vrouwtjes die voor zwart dragen. Dit komt omdat het vaker voorkomt dat vrouwtjes die zwart zijn of een zwart gerelateerde kleur hebben, minder fokken c.q. nestjes krijgen. De reden hiervoor is niet bekend. Russische dwerghamsters kunnen in bepaalde omstandigheden stoppen met fokken en het lijkt erop dat de zwarte kleur daarvoor gevoeliger is.

Zwart kan met alle andere kleurmutaties gecombineerd worden.

Vies-bruin (recessief)

De kleur vies-bruin is een kleur die vrij nieuw is en niet bij de Russische dwerghamster ontstaan is, maar door het mengen van de Russische dwerghamsters met Campbelli dwerghamsters overgedragen is. Het gaat om hybriden. Dit is te zien aan de bouw en type van deze dwerghamsters. De kleurslag kent veel onstabiliteit zowel in kleur, maar ook in bouw en type. Vooral de koppen zijn vaak heel spits. Ook kent deze kleurslag de draaikop afwijking. Vies-bruin zelf is qua kleur niet zo mooi, maar gecombineerd met blauw-wildkleur levert het de kleur beige op welke heel erg mooi is. Gecombineerd met zwart levert eveneens mooie kleuren op. Maar ongeacht of de kleuren mooi zijn, de meeste fokkers willen deze mutatie niet in hun lijn hebben. Dit om zo te voorkomen dat je draaikoppen krijgt. Daarnaast is het niet eenvoudig om de slechte type eruit te fokken.

Mandarijn (dominant, lethaal)

Ook de kleur mandarijn is erg onstabiel en is zeer gevoelig voor de kleuren die ze dragen. Wanneer een mandarijn voor zwart draagt, dan worden ze vaak grijsachtig tot bruin van kleur. Dragen ze voor geel-wildkleur roodoog, dan zijn ze vaak geler tot oranjeachtig van kleur.

Een probleem is dat mandarijnen vaak meer drinken en symptomen kunnen hebben die op diabetes lijkt. Veel fokkers zijn daarom gestopt met het fokken van mandarijnen en mandarijngerelateerde kleuren. Het lijkt erop dat het blauw-wildkleur gen effect heeft op het drink/diabetes-probleem. Ook lijkt het erop dat wanneer ze voor geel-wildkleur roodoog of zwart dragen, ze juist minder drink/diabetes-probleem kennen.

De mutatie is lethaal. Dit houdt in dat wanneer je mandarijnen of mandarijn gerelateerde kleuren onderling fokt, de nestaantallen kleiner zijn. Omdat de kleur dominant is, hoeft de kleur niet onderling gefokt te worden. Mandarijn kan het beste met wildkleur gekruist worden waarbij zoveel mogelijk voorkomen wordt dat ze voor blauw-wildkleur dragen. Dit om het drinkprobleem te reduceren. Combinaties met geel-wildkleur roodoog zorgt voor dat ze mooier van kleur blijven, maar vaak worden ze van type slechter en je moet stil staan dat later steeds vaker roodoog eruit rolt. Om de kleur mooi te houden, is het beste om zwart te mijden. Vind je juist leuk dat ze grijzig en/of donkerbruin van kleur zijn, dan kan je gerust zwart gebruiken.

De kleur zwart maskeert de mandarijn kleur. Dit betekent dat wanneer de zwarte mutatie aan staat, het gewoon zwart is.

Mandarijn zuiver van kleur Mandarijn die voor zwart draagt

Pearl / parel (dominant, lethaal)

Pearl, ook wel in Nederland parel genoemd, is eigenlijk geen kleur, maar een patroon. Zeg maar een wit sausje over de kleur heen. Combinaties waarbij één van de ouderdieren pearl van kleur is, zorgt ervoor dat van de jongen gemiddeld 50% eveneens pearl zijn. Combinaties met andere kleurslagen zorgt er alleen voor dat de kop, aalstreep en eventueel de oogkleur anders van kleur zijn. Combinaties met bontfactor moet zoveel mogelijk voorkomen worden. Dit omdat je aan een pearl niet kunt zien of ze bont zijn en dat het op deze wijze mogelijk is dat je onbedoeld onderling fokt waardoor witte oogloze jongen geboren worden. Bontfactor is namelijk eveneens lethaal. Ook combinaties met merle is beste om te mijden. Dit omdat lichte merles heel veel op pearls lijken en donkere pearls erg op merles lijken. Om de kleurslag te herkennen, moet je ze gescheiden fokken.

Merle (dominant)

Ook merle is eigenlijk geen kleur, maar eveneens een witachtig sausje over de kleur heen, of wel een patroon. Combinaties waarbij één van de ouderdieren merle van kleur is, zorgt ervoor dat van de jongen gemiddeld 50% eveneens merle zijn. Gecombineerd met andere kleurslagen leidt merle tot hele leuke kleurslagen. Voorbeeld zijn zwart merle, mandarijn merle en geel-wildkleur merle. Het lijkt erop dat de kleurslag door temperatuur beïnvloed wordt. Gemiddeld genomen zijn de merles geboren in de winter donkerder van kleur dan in de zomer. Merle kan de kleurslag lichter maken. Bij de combinatie met blauw-wildkleur is dit het beste te zien. De blauwgrijze kleur is lichter dan bij een effen blauw-wildkleur.

Tot heden is nog geen informatie bekend of merle lethaal is. De mutatie lijkt heel erg op pearl en de eerste berichten zijn dat wanneer pearl met merle gecombineerd wordt, er dan wel sprake is dat de nesten wat kleiner zijn. Het kan best zijn dat merle eenzelfde mutatie betreft als pearl, maar dan vele male donkerder. Hele donkere pearls hebben eenzelfde patroon en hebben eveneens de bekende witte stip op de kop.

Beste is om merle niet met bont te combineren om zo te voorkomen dat je Russische dwerghamsters fokt waarbij het bontfactor niet zichtbaar is en later onbedoeld witte oogloze dwerghamsters fokt. Ook is het, om dezelfde reden als bij pearl beschreven staat, niet verstandig om merle te combineren met pearl.

Merle die grijzig van kleur is Merle gecombineerd met zwart

Bontfactor (dominant)

De Bontfactor is geen kleurmutatie en dus eigenlijk geen basiskleur. Het zorgt ervoor dat op bepaalde plekken witte haren ontstaan. Typische van deze bontfactor is dat er altijd een witte vlek in de nek zit. Deze bontfactor is lethaal. Wanneer je dit onderling kruist, krijg je witte oogloze kindjes. Daarom moet je dit nooit onderling kruizen. Zoals hierboven alreeds geschreven, is het niet aan te raden om de bontfactor met pearl of merle te combineren. Dit omdat je bij Pearl en Merle niet altijd kunt zien of ze wel of niet de bontfactor geërfd hebben.

Weten welke kleuren gedragen worden

Veel basiskleuren zijn recessief en daarom is bij het bepalen van combinaties belangrijk om ook de kleurslagen die ze dragen ook te weten. Het bij elkaar zetten van bijvoorbeeld lilac donkeroog met geel-wildkleur roodoog kan leiden tot nesten waar alleen wildkleur in voorkomt. Genetisch gezien kruis je dan namelijk aaddmm x pp.

Voor veel fokkers zijn de symbolen erg lastig en abracadabra. De kleuren waarvoor ze dragen, kan je ook aan de hand van de kleuren van de ouders bepaald worden. Een wildkleur gefokt uit een blauw-wildkleur en geel-wildleur roodoog draagt voor zowel blauw-wildkleur als voor geel-wildkleur roodoog. Russische dwerghamsters kunnen alleen voor recessieve kleuren dragen. Pearl en merle zijn patronen die dominant vererven en gaat over de kleur heen. Mandarijn is de enige dominante kleur die gecombineerd met andere kleurmutaties een ander kleur kan geven, maar dit zijn bijna allemaal gele kleuren, behalve als je ze met blauw-wildkleur kruist, dan krijg je camel. Daarnaast doet zwart iets bijzonders met de mandarijn kleur. De haartoppen worden dan heel donker waardoor de kleur grijzig of bruinig wordt.

De kleurenpiramide

Recessieve kleuren kan je verdelen in groepen waarbij je rekening houdt uit hoeveel basiskleuren ze bestaan. Je moet van elke kleur wel weten uit welke basiskleuren deze opgebouwd zijn. Hoe hoger deze in de piramide staat, hoe meer basiskleuren ervoor nodig zijn. Aan de top staan twee dominante mutaties, namelijk pearl en merle. Dit zijn zeg maar sausjes over de kleur heen.

KleurslagBenodigde basiskleuren
Geel bluefawnBlauw-wildkleur + geel-wildkleur roodoog
BeigeBlauw-wildkleur + vies-bruin
Russisch blauwZwart + blauw-wildkleur
ChocolaZwart + vies-bruin
DoveZwart + geel-wildkleur roodoog
Beige blondBlauw-wildkleur + geel-wildkleur roodoog + vies-bruin
Lilac donkeroogZwart + blauw-wildkleur + vies-bruin
Lilac roodoogZwart + blauw-wildkleur + geel-wildkleur roodoog
ChampageZwart + blauw-wildkleur + geel-wildkleur + vies-bruin
  
CaramelMandarijn + blauw-wildkleur
Mandarijn roodoogMandarijn + geel-wildkleur roodoog
Caramel roodoogMandarijn + blauw-wildkleur + geel-wildkleur roodoog

Je bepaalt eerst de kleur van de geselecteerde Russische dwerghamster en daarvan bepaal je welke basiskleuren hiervoor nodig zijn. Daarna kijk je naar de ouders en bepaal je eveneens welke kleuren ze zijn en welke basiskleuren daarvoor nodig zijn. De basiskleuren die voor de ouderdieren nodig zijn maar niet voor de kleur van de geselecteerde Russische dwerghamster zijn de basiskleuren die gedragen worden.

Voorbeeld
Vader: lilac roodoog
Moeder: geel-wildkleur roodoog
Kind: geel-wildkleur roodoog

De kleur van het kind bestaat uit één basiskleur: geel-wildkleur roodoog.
De kleur van de vader bestaat uit drie basiskleuren: zwart, blauw-wildkleur en geel-wildkleur roodoog.
De kleur van de moeder bestaat uit één basiskleur: geel-wildkleur roodoog.
Het kindje draagt in dit geval voor zwart en blauw-wildkleur. Dit omdat vader 2 basiskleuren meer heeft.

Fokken van kleurslagen die uit meerdere basiskleuren bestaan

Door registratie van basiskleuren kan je nieuwe kleuren fokken. Stel je wilt een lilac roodoog fokken en deze kleur heb je nog niet. Voor deze kleur heb je van beide ouders de basiskleuren zwart, blauw-wildkleur en geel-wildkleur roodoog nodig. Beide fokdieren moeten de drie basiskleuren hebben of dragen. De andere basiskleuren die niet nodig zijn, moeten niet aan beide kanten aanwezig zijn. Wanneer je bijvoorbeeld een zwart selecteert die draagt voor de basiskleuren blauw-wildkleur en geel-wildkleur roodoog en die kruist met een blauw-wildkleur die voor de basiskleuren zwart en geel-wildkleur roodoog draagt, dan kan je lilac roodoog fokken.

Het maken van koppels / combinaties

Bij het maken van koppels moet je stil staan welke kleuren je bij elkaar zet en waarom je deze kleuren bij elkaar zet. Je moet van te voren bepalen welke kleuren eruit kunnen komen en of de combinatie misschien beter niet kunt maken.

Ook moet je realiseren dat wanneer je een bepaalde kleur wilt fokken die uit veel basiskleuren bestaat dat de kans kleiner wordt dat deze kleur geboren wordt als je ouderdieren gebruikt die voor veel basiskleuren dragen. De kans dat een lilac roodoog uit twee wildkleuren dragend voor zwart, blauw-wildkleur en geel-wildkleur roodoog geboren wordt, is 6,25%. Hoe meer beide ouderdieren de basiskleuren zijn in plaats van dragen, hoe groter de kans. De kans dat een lilac roodoog uit twee zwarten dragend voor blauw-wildkleur en geel-wildkleur roodoog geboren wordt is 12,5%.

Hoofdregels bij het maken van combinaties:
  • Kruis geen bont onderling, want dan heb je kans op oogloze kindjes.
  • Door het kruisen van twee pearls of twee mandarijnen krijg je gemiddeld kleinere nestjes.
  • Beter is om geen pearl met merle te kruisen omdat je dan niet meer weet wat wat is.
  • Wanneer het vrouwtje zwart of een zwart gerelateerde kleur heeft (dus de basiskleur zwart heeft), dan komt het vaker voor dat ze geen jongen krijgen. Selecteer daarom een vrouwtje die draagt voor zwart.
  • Hoe meer basiskleuren de beide ouders dragen, hoe meer kleuren eruit kunnen komen, hoe kleiner de kans dat een bepaalde kleur geboren wordt.
  • Als je een beginnende of een kleine fokker bent, vermijdt de kleur mandarijn, omdat je kans hebt dat je ongezonde Russische dwerghamsters fokt, ongeacht dat de ouders en de voorouders getest zijn op diabetes.
  • Houdt de basiskleur vies-bruin apart van je andere dwerghamsters, omdat je anders onbedoeld draaikoppen fokt (dit is een kleurgebonden afwijking).

Haarmutatie: golvend haar

Bij de Russische dwerghamster komt op dit moment een mutatie voor die ervoor zorgt dat de haren iets langer zijn en daardoor gaat golven. De mutatie zit complexer in elkaar dan een normale mutatie. Eén gen geeft zeg maar iets effect en twee genen heeft meer effect. Wat je ziet is dat veel exemplaren golvend haar hebben als ze twee tot drie weken oud zijn en daarna dit effect verdwijnt. Maar dat later het hun vacht weer open gaat staan. De mutatie is slechts zichtbaar bij zwart en zwart-gerelateerde kleuren. Wanneer eveneens geel-wildkleur roodoog aanwezig is, is het effect vaak extremer.

Normale exemplaren gefokt uit golvend haar lijn kunnen wat langer haar hebben en daarom is het raadzaam om de golvend haar lijn apart te houden en niet met de standaard haartype te mixen.

Golvend haar Golvend haar, twee genen op jonge leeftijd

Geschreven door Martin Braak (c) januari-april 2011