Blog

Tienerseks doet hamster geen goed 
vrijdag, december 27, 2013, 09:16 AM - Nieuws
door Martin Braak
Wetenschappers hebben ontdekt dat tienerseks negatieve gevolgen heeft voor het lichaam en brein van de hamster. Of dat ook voor mensen geldt?

De onderzoekers namen hamsters die nog echt tieners waren (40 dagen oud) en lieten ze paren met een volwassen vrouwtje. Vervolgens werden de hamsters enige tijd bestudeerd. De resultaten van dat onderzoek werden vergeleken met de resultaten van onderzoek onder controlegroepen: hamsters die nog maagd waren en hamsters die pas op latere leeftijd voor het eerst seks hadden.

Depressief
De hamsters die al op jonge leeftijd hadden gepaard, waren er opvallend slechter aan toe dan de controlegroepen. Ze vertoonden gedrag dat erop wijst dat ze depressief waren. Ook hadden ze een lager lichaamsgewicht en reageerde hun immuunsysteem – zelfs als er geen sprake was van een infectie – heel sterk. Dat laatste wijst erop dat ze mogelijk een autoimmuunziekte hadden ontwikkeld.

Brein
Ook in het brein waren verschillen te bespeuren. Zo bleken de hamsters die op jonge leeftijd seks hadden gehad minder lange dendrieten te hebben. Dit zijn uitlopers van de zenuwen die signalen van het lichaam naar het brein overbrengen. “Seks doet iets wat deze cellen interpreteren en waar deze cellen op reageren met kortere dendrieten,” legt onderzoeker Zachary Weil uit. Hoe seks dat precies doet, is onduidelijk.

Consequenties
“Op jonge leeftijd een seksuele ervaring hebben, is niet zonder consequenties,” concludeert onderzoeker John Morris. Waarschijnlijk komt dat doordat het zenuwstelsel in deze periode nog volop in ontwikkeling is. Het is mogelijk dat ervaringen extra grote consequenties hebben wanneer ze plaatsvinden in de periode waarin het zenuwstelsel zich nog aan het ontwikkelen is.

De onderzoekers waarschuwen dat hun studie niet mag worden aangegrepen om te stellen dat tienerseks ook onder mensen een slecht idee is. Daarvoor is nog meer onderzoek nodig.


Bron: Scientias.nl
Hamsterbrein vertelt meer over Alzheimer 
zondag, december 22, 2013, 08:11 AM - Nieuws
door Martin Braak
Het brein van een goudhamster in winterslaap vertoont veranderingen die sterk lijken op hersenschade bij Alzheimerpatiënten.

Dat blijkt uit een onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen. Het brein van dieren die een winterslaap houden, ondergaat grote temperatuurwisselingen en perioden van energietekort. Neurobioloog Ate Boerema onderzocht de hersenen van een winterslapende goudhamster en kwam er achter dat de optredende hersenverandering sterk lijkt op de hersenschade van patiënten die aan de ziekte van Alzheimer lijden.

Torpor
Winterslapers gaan tijdens de winter, om te kunnen overleven onder zware omstandigheden, in ‘torpor’. Dit is een periode waarin de stofwisseling van het dier op een laag pitje staat en de lichaamstemperatuur afkoelt naar temperaturen net boven de omgevingstemperatuur. De goudhamster houdt ook zo’n winterslaap, maar is wel een ‘intervalslaper’: het dier warmt af en toe weer even op om onderhoud aan de hersenen te plegen. En dat is maar goed ook, want dat voorkomt dat zenuwcellen in de hersenen afsterven, zo blijkt.

Fosforylering
Gezonde zenuwcellen bevatten tau-eiwitten: deze verstevigen het skelet van de cel en maken transport van stoffen binnenin de cel mogelijk. Bij Alzheimerpatiënten hopen fosfaatgroepen zich op het tau-eiwit op, een proces dat fosforylering wordt genoemd. Het eiwit functioneert dan niet goed meer en krult op, met als gevolg dat de cel afsterft. Doordat de winterslapende goudhamster tijdelijk uit de torpor komt en de hersen tussentijds opwarmt, voorkomt het dier onomkeerbare hersenschade. Zodra de hamster weer een temperatuur bereikt van ongeveer 28 graden Celsius, verdwijnen de fosfaatgroepen van het tai-eiwit. Uit het onderzoek blijkt ook dat het beestje niet aan Alzheimer lijdt: hij weet nog precies waar zijn voedsel ligt opgeslagen.

Bescherming
Boerema denkt dat de fosfaatgroepen op het tau-eiwit bij een temperatuur van 28 graden Celsius, de plaats innemen van suikers. “Hierdoor is de mogelijkheid van de cel om energie te spenderen beperkt. De fosforylering fixeert dan als het ware de hersenstructuur en helpt tijdens het afkoelen het energieverbruik van die zenuwcellen te beperken en daarmee tegen schade te beschermen,” zegt hij in het artikel.

De onderzoeksresultaten bieden niet meteen een nieuw inzicht in een medicijn tegen Alzheimer. “Er zijn ook verschillen tussen de hersenen van Alzheimerpatiënten en winterslapers. Bij de ziekte van Alzheimer is er sprake van veel factoren die het ziekteproces beïnvloeden, waaronder een energieprobleem in de hersenen waardoor de schade ontstaat. Die onderliggende problemen moet je eerst oplossen. Belangrijk is dat we met dit onderzoek een natuurlijk diermodel hebben gevonden om de hersenveranderingen te bestuderen die je ook tijdens de ziekte van Alzheimer in mensen ziet”.

Bronmateriaal:
"Winterslapers vertonen Alzheimer-achtige hersenveranderingen" - rug.nl
De foto bovenaan dit artikel is gemaakt door Adamjennison111 Clements (via Wikimedia Commons).


Artikel van Scientias.nl

Wat je voert kan invloed hebben op de gezondheid van nageslacht 
vrijdag, december 20, 2013, 10:25 PM - Nieuws
door Martin Braak
Steeds meer wordt bekend dat voeding een rol speelt bij de gezondheid van de dieren, maar ook het nageslacht van deze dieren. Voeding kan zorgen dat nageslacht minder gezond is.

Een aantal jaar geleden is aangetoond dat overgewicht van mannelijke dieren de insulinehuishouding van dochters kan veranderen. Bij ratten is dit aangetoond, maar vermoeden bestaat dat dit ook voor andere dieren en voor mensen geldt. Ook de aanleg voor andere stofwisselingsziekten, zoals hart- en vaataandoeningen, wordt mogelijk beïnvloed door de hoe dieren leven en de gezondheid van de vader. Wetenschappers vermoeden dat dit komt door epigenetische veranderingen van het sperma. Epigenetisch betekent dat niet de genen veranderen, maar het functioneren van de genen veranderen. Genen kunnen aan en uit staan, hard of minder hard werken. Voor een belangrijk deel wordt dit geregeld door zogenoemde methylering van het DNA, waarbij methylgroepen delen van genen ‘afplakken’.

Nu blijkt dat mannelijke ratten met een tekort aan foliumzuur (is vitamine B11) vaker jongen krijgen met een misvorming. De oorzaak: slechte voeding verandert de erfelijke eigenschappen van hun sperma. Maar er zijn ook andere voorbeelden. Een muis met te weinig van het hormoon leptine wordt heel dik. En dit kan eveneens effect hebben op het nageslacht.

Niet alleen van vaderskant kan voeding negatief effect hebben. Ook van moederskant is voeding belangrijk. Te weinig eten, gebrek aan bepaalde vitamines, overgewicht etc. kan de gezondheid van het nageslacht levenslang beïnvloeden. Dat wat vrouwtjes eten zo'n effect op het nageslacht heeft, is niet zo verrassend. Want via de navelstreng krijgen de jongen deze voeding eveneens.

Het gebrek aan foliumzuur (vitamine B11) bleek ook effect te hebben op de vruchtbaarheid. Bijvoorbeeld met een test met muizen bleek 52% van de mannetjes met gebrek aan vitamine B11 vruchtbaar te zijn. Dit ten opzichte van wat normaal is: 85%. Verder bleek flink deel van de nageslacht geboorteafwijkingen te hebben. Maar liefst 27% van het nageslacht hadden afwijkingen zoals misvormde schedel, een misvormde ruggengraat of gebrekkige ontwikkeling van de pootjes. Dit ten opzichte van testgroep zonder gebrek: 3%.

Analyse van het sperma van de twee groepen mannetjes liet zien waar dit door kwam: door verschillen in methylering van het DNA. Mannetjes met een gebrek aan foliumzuur daarvan stonden bepaalde genen uit. Andere genen waren juist weer extra actief ten opzichte van diezelfde genen bij de gezond opgevoede mannetjes. Ook bleken er duidelijke verschillen te zijn in de activiteit van diverse genen in de nakomelingen van beide groepen.

Deze onderzoeken tonen aan dat voeding van mannetjes de genetische opmaak van sperma kan beïnvloeden en daarmee ook invloed heeft op het nageslacht.

Bron: http://www.wetenschap24.nl/nieuws/artik ... r-toe.html

'Dubbele betekenis van DNA ontdekt'  
maandag, december 16, 2013, 06:54 PM - Nieuws
door Martin Braak
Wetenschappers hebben ontdekt dat sommige stukjes DNA een dubbele betekenis hebben.

De DNA-instructies van een cel bevatten niet alleen codes voor de samenstelling van aminozuren waaruit eiwitten in een cel worden opgebouwd.

Het coderende deel van het DNA schrijft op sommige plekken ook voor aan welke delen van genen eiwitten zich moeten binden. Deze tot nu toe onbekende tweede betekenis bepaalt welke genen meer of juist minder tot uiting komen.

Dat melden onderzoekers van de Universiteit van Washington in het wetenschappelijk tijdschrift Science.

Opvallend

De ontdekking van de dubbele betekenis van DNA kan leiden tot een gedetailleerder begrip van genetische informatie. Lang werd aangenomen dat het coderende deel van DNA voornamelijk informatie bevatte over de samenstelling van eiwitten in cellen.

Deze informatie ligt vast in de vorm van codons, drieletterige codes in het DNA die staan voor de volgorde van aminozuren waaruit eiwitten worden opgebouwd.

Ongeveer 15 procent van deze codons heeft echter een tweede betekenis, zo blijkt uit het nieuwe onderzoek. De stukjes genetische code geven ook instructies aan de cel voor de manier waarop bepaalde genen moeten worden gecontroleerd door eiwitten.

Tot nu toe vermoedden wetenschappers dat deze zogenoemde transcriptiefactoren waren opgenomen in niet-coderende stukjes van genen, oftewel junk-DNA.

Gevolgen

De onderzoeksresultaten kunnen volgens hoofdonderzoeker John Stamatoyannopoulos leiden tot een betere interpretatie van DNA.

"Het feit dat de genetische code tegelijkertijd twee soorten informatie kan voorschrijven betekent dat DNA-veranderingen die alleen de samenstelling van eiwitten leken te beïnvloeden in werkelijkheid ook de controle van bepaald genen kunnen verstoren, waardoor bijvoorbeeld ziektes ontstaan", verklaart Stamatoyannopoulos op de nieuwssite van de Universiteit van Washington.

"Deze nieuwe bevindingen laten zien dat DNA een ongelooflijk krachtig opslagmechanisme is, dat door de natuur op zeer onverwachte manieren wordt geëxploiteerd", aldus Stamatoyannopoulos.


Artikel van: Nu.nl
Wintervacht: haren zijn dood materiaal, hoe kan het nog van kleur veranderen? 
zaterdag, december 14, 2013, 07:12 PM - Russische
door Martin Braak
De Russische dwerghamster staat bekend om een bijzonder fenomeen, namelijk het krijgen van een wintervacht. Wetenschappers hebben hier onderzoek naar gedaan. Toch vraag ik mij nog steeds iets af. Wanneer een Russische dwerghamster wintervacht krijgt, worden dan de haren vervangen of veranderen de haren van kleur.

Ik dacht altijd het eerste en bij diverse Russen ook in wintervacht gebracht door ze op een speciale kamer te zetten. En dan vind ik ook altijd veel haren. Maar ik begin te twijfelen. Doordat ik nu twee Rusjes heb zitten die in wintervacht zijn "gebracht" waarvan de haarbasis nog steeds heel donker van kleur is.



Als je de foto goed bekijkt zie je dat de haarwortel nog volledig van kleur is. Maar dat de haar middenstuk en eindstuk volledig van kleur gewijzigd is. Dit binnen 3-4 weken tijd. Wat is nu precies gebeurd?

Het lijkt mij dat de haren van kleur zijn gewijzigd. Maar hoe werkt dat dan? Ik dacht dat haren dood materiaal betreft en dat van kleur niet meer kan wijzigen. Of heb ik het fout?

<< <Terug | 50 | 51 | 52 | 53 | 54 | 55 | 56 | 57 | 58 | 59 | Volgende> >>