Genetica

Genetica, ook wel erfelijkheidsleer genoemd, is één van de lastige onderdelen waar nog altijd wetenschappelijk onderzoek naar verricht wordt. Hoewel het voor veel mensen het altijd lastig blijft, is genetica bij het fokken een hulpmiddel. Fokkers richten vaak op de kleurengenetica. Om een bepaalde kleur te fokken moet je weten hoe het vererfd. Daarnaast zijn er combinaties welke niet goed zijn om te fokken. Ook kan je afwijkingen in je lijn tegen komen die erfelijk zijn en als je in genetica kunt redeneren, dan kan je schatten hoe het vererft en dan kun je naar een oplossing werken.

Chromosomen, locus, genen, recombinatie, gekoppeld
Elk cel bevat een aantal chromosomen. De cellen van zowel de Russische als de Campbelli dwerghamsters hebben 28 chromosomen. En bij de Roborovksi dwerghamster zijn dit er 34 en bij de Chinese dwerghamster 22. Het aantal chromosomen is altijd een even aantal en vormen altijd paren. Dit komt omdat een eicel en zaadcel maar de helft van de chromosomen bevatten. Bij de bevruchting van een eicel met een zaadcel komen de chromosomen bij elkaar. Er worden geen losse genen geërfd, maar een heel choromosoom. Bij de kortstaart dwerghamster erft een jong 14 chromosomen van het mannetje en 14 chromosomen van het vrouwtje.

Een chromosoom is een langwerpig draad welke door schotjes in hokjes verdeeld wordt. Één hokje wordt een locus genoemd. Op één locus zit één gen. Een gen is eigenlijk een kort stukje DNA streng die tot bepaalde eigenschappen leidt, bijvoorbeeld met betrekking tot de kleur, vachttype, bouw, etc.

Toch ontstaan er bij de ontwikkeling van eicellen en zaadcellen nieuwe combinaties van genen. Er worden namelijk stukken chromosomen verwisseld. Dit wordt recombinatie genoemd. Genen die vlak bij elkaar zitten, blijven vaak bij elkaar; de genen zijn "gekoppeld". Het loskoppelen van twee genen naast elkaar is even uniek als een mutatie. Zie hieronder een attentiepunt van hybride-fok.

Als we een chromosoom streng beter gaan bekijken lijkt dit op een spiraalvormige ladder.  Een DNA stukje vormt een code die uit een reeks letters bestaat. Dit zijn steeds dezelfde vier letters A, T, C en G maar telkens in een ander volgorde. De sporten van de ladder bestaan uit vier stoffen: adenine (A), thymine (T), cytosine (C) en guanine (G).

Mutatie
Soms komt het voor dat bij celdeling een gen fout gekopieerd wordt. Een dergelijk verandering wordt een mutatie genoemd. Mutaties leiden vaak tot het gebrekkig functioneren of zelfs sterven van een cel. Soms leidt een mutatie tot een betere eigenschap of een zichtbaar verschil zoals een ander kleur of langer haar. Mutaties treden zeldzaam op. Toch zie je in de meeste diersoorten dezelfde kleurmutaties terug komen. Een theorie hierover is dat het hierom oergenen gaan welke reeds bij de diverse diersoorten aanwezig zijn. Het zou om schuttingkleuren gaan. Wanneer een bepaalde diersoort in een ander soort omgeving komt, dan kan door zo'n mutatie het dier een ander kleur krijgen waardoor het minder snel opvalt en een betere overlevingskans heeft.
Het kan gebeuren dat een gen verandert terwijl dit gen ook al eerder is veranderd. De mutatie zit dan op hetzelfde locus.

Dominant, recessief, homozygoot, heterozygoot
Een mutatie kan zowel dominant als recessief vererven. Dominant betekent dat een gen overheersend is. Het is al zichtbaar wanneer er maar één enkel gen van aanwezig is. Recessief betekent ondergeschikt. Wanneer er maar één gen van aanwezig is, is het niet zichtbaar. Bij het erven van twee van dezelfde recessieve genen is het wel zichtbaar.

Homozygoot betekent dat een chromosoom paar op hetzelfde locus een zelfde gen zit. Heterozygoot betekent dat een chromosoom paar op hetzelfde locus een verschillend gen zit.

Homozygoot

Heterozygoot

Geslachtsgebonden genen
Van de chromosomen is één chromosoom verantwoordelijk voor het geslacht. Een vrouwtje heeft twee X-chromosomen en een mannetje heeft een X en een Y chromosoom. Uit een recent onderzoek is gebleken dat een enkel gen op de Y chromosoom het geslacht bepaalt. Zonder dit gen wordt het een vrouwtje. Naast dit gen bevinden zich op het geslachtschromosoom andere genen. Dit worden geslachtsgebonden genen genoemd. Het vrouwelijke chromosoom heeft veel meer genen dan het mannelijke chromosoom. Op het vrouwelijke chromosoom zitten meer dan duizend genen, terwijl op het mannelijke slechts een kleine honderd genen zit. Zo zijn er mutaties en afwijkingen die alleen bij vrouwtjes voorkomen. Via recombinatie kunnen ze niet naar het mannelijke geslachtschromosoom springen.

Lethaal
Sommige mutaties zijn in homozygote vorm (= twee van dezelfde genen) dodelijk. Dit noemen we lethaal of een lethale factor. Het kan zijn dat het embryo vroegtijdig afsterft, maar het kunnen ook mutaties zijn die zorgen voor significante misvorming. Wanneer het embryo sterft, sterft het vaak al rond de vierde dag van de dracht. Dit is ruim op tijd voor resorptie (= opnemen). De embryo's worden dan vrijwel altijd geresorbeerd omdat er nog geen schedel/skelet gevormd is, maar af en toe ontwikkelt het zich verder en calcificeert dan. Calcificatie kan voor een vrouwtje aardig wat problemen opleveren. Het is daarom af te raden om lethale mutaties onderling te kruisen.

P, F1, F2, F3
Wanneer je iets doelbewust aan het fokken bent, dan wordt met P de eerste ouders bedoelt en met F1 de eerste generatie bedoeld, met F2 de tweede generatie en met F3 de derde generatie.

Kleurcodes / codes om mutaties aan te geven
Om de mutaties / kleurenvererving gemakkelijk aan te duiden, zijn er letters bedacht waarmee de kleurgenen aangeduid worden. Soms wordt voor een bepaalde kleur een lettercombinatie gebruikt. Zo wordt met "aa" zwart bedoeld en "Pepe" Pearl bedoeld (Pe + pe; Pe zijn de eerste twee letters van Pearl).

Een recessief gen wordt aangeduid met een kleine letter en een dominant gen met een hoofdletter. Zwart is een recessief gen. Een dier met één gen zwart en één gen niet zwart wordt met 'Aa' aangeduid. Dit dier is niet zwart. Wanneer dit dier totaal geen gen voor zwart heeft, wordt het genetisch aangeduid met "AA".

Vaak laten we de letters weg welke genen niet gedragen wordt. Zo wordt AAbbDDpp vaak aangeduid met bbpp; zowel AA als DD zijn niet aan en worden niet gedragen.

Een hulpmiddel om te bepalen wat voor kleuren eruit kunnen rollen, is een tabel waarin je de genen van de ouderdieren inzet. Je kunt dan de genencombinaties uitschrijven en dan bepalen welke kleuren het zijn.

De onderstaande animatie wordt symbolisch een wildkleur die niet draagt voor zwart gekruist met een zwarte kleur. Dit duiden we aan met de genetische code AA x aa. Bij de eerste generatie (F1) komen alleen maar wildkleuren uit die allemaal dragen voor zwart (AA x aa levert 100% Aa). De tweede generatie (F2) wordt een drager zwart met een ander drager zwart gekruist (Aa x Aa). Dit levert 75% wildkleur op en 25% zwart. Met andere woorden: Aa x Aa levert 25% AA, 50% Aa en 25% aa.

De volgende codes zijn bij dwerghamsters in gebruik:

aa

Zwart

Recessief

Niet lethaal

bb

Bruin / Black-Eyed Argente

Recessief

Niet lethaal

cc

Albino

Recessief

Niet lethaal

dd

Blauw / Opal

Recessief

Niet lethaal

pp

Geel roodoog / Argente

Recessief

Niet lethaal

Pl

Platinum

Dominant

Niet lethaal

Mi

Gevlekt

Dominant

Lethaal

Mo

Gevlekt

Dominant

Niet lethaal

sa

Satijn

Recessief

Niet lethaal

rx

Rex

Recessief

Niet lethaal

Pe

Pearl

Dominant

Lethaal

Ma

Mandarijn

Dominant

Lethaal

Bij het kruisen van kleuren die uit meerdere combinaties bestaat, wordt het lastiger. Wanneer je een ddpp kruist met een aa, krijg je de eerste generatie AaDdPp. Wanneer je de tweede generatie AaDdPp kruist met AaDdPp, krijg je een groot aantal mogelijke combinaties.

Beste is om bij AaDdPp x AaDdPp drie tabellen te maken, namelijk Aa x Aa, Dd x Dd en Pp x Pp. Daarna ga je dit combineren. Daarna tel je het aantal combinatie (bij AaDdPp x AaDdPp zijn er 64 combinaties mogelijk). Je kunt het aantal mogelijke combinaties ook uitrekenen. Bij drie kleurencodes is dit namelijk 4 x 4 x 4 = 64. Daarna rangschik je de combinaties naar welke kleuren het zijn. Je kunt dan uitrekenen hoeveel kans een bepaald kleur oplevert.

Toverballen
Dieren die voor veel kleuren dragen worden wel "toverballen"'genoemd. Wanneer je deze dieren met elkaar kruist krijgt je zoveel variaties in kleuren dat het nauwelijks meer te voorspellen is welke kleuren er uitrollen.

Attentiepunt hybride-fok
Zoals je kunt lezen erft een dwerghamster geen genen van een ouderdier maar een chromosoom. Door recombinatie kunnen stukken chromosomen verwisseld worden. Maar genen die dicht bij elkaar zitten zijn gekoppeld. Een hybride dwerghamster heeft naar alle waarschijnlijkheid geen 1 gen van een ander soort maar een stuk chromosoom van een ander soort en dus een heleboel genen van deze soort. Met andere woorden een hybride blijft altijd hybride.



Laatste update 4 februari 2012, klik hier om te zien wat gewijzigd is.